VEILIGHEID
VEILIGHEID

ONDERHOUD & KEUREN

Net als een takel, een kraan, een lier, etc. is een Dalmec-balancer een arbeidsmiddel met een CE-verklaring en de daarbij behorende handleiding. In de handleiding is omschreven welk periodiek onderhoud en welke controles uitgevoerd moet worden.

In de wet is omschreven wanneer een inspectie door een deskundig natuurlijk persoon uitgevoerd moet worden. Dit is beschreven in artikel 7.4a van het arbeidsomstandighedenbesluit.

De wet legt de verantwoording bij de gebruiker.
De gebruiker moet aan de hand van de veiligheidsrisico’s en de intesiteit van het gebruik bepalen hoe vaak de balancer gekeurd moet worden. Dat is geschreven in punt 3 van het artikel.

Een balancer is door het gebruik onderhevig aan slijtage. Daarnaast moeten een aantal ingebouwde beveiligingen periodiek (minimaal 1 keer per jaar of iedere 50.000 handelingen) gecontroleerd worden. Dit is ook omschreven in de handleiding.
Het advies van Dalmec is om de balancers minimaal 1 keer per jaar en en/of iedere 50.000 handelingen door een deskundige te laten keuren. Hierbij gaan we uit van werkdagen van 8 uur. Onze monteurs zijn hiervoor opgeleid, deskundig, en kennen de machines. Na het uitvoeren van de werkzaamheden wordt een schriftelijke rapportage verstuurd. Na de keuring krijgt de balancer ook een nieuwe keuringssticker. Op deze manier voldoet u aan de wet en de door de fabrikant opgegeven controles en onderhoud.

Hoofdstuk 7. Arbeidsmiddelen en specifieke werkzaamheden
Artikel 7.4a. Keuringen
1. Een arbeidsmiddel waarvan de veiligheid afhangt van de wijze van installatie wordt na de installatie en voordat het voor de eerste maal in gebruik wordt genomen gekeurd op de juiste wijze van installatie en goed en veilig functioneren.

2. Een arbeidsmiddel als bedoeld in het eerste lid, wordt voorts na elke montage op een nieuwe locatie of een nieuwe plek gekeurd op de juiste wijze van installatie en goed en veilig functioneren.

3. 
Een arbeidsmiddel dat onderhevig is aan invloeden die leiden tot verslechteringen welke aanleiding kunnen geven tot het ontstaan van gevaarlijke situaties wordt, zo dikwijls dit ter waarborging van de goede staat noodzakelijk is, gekeurd, waarbij het zo nodig wordt beproefd.

4. 
Een arbeidsmiddel als bedoeld in het derde lid wordt voorts gekeurd, waarbij het zo nodig wordt beproefd, telkens wanneer zich uitzonderlijke gebeurtenissen hebben voorgedaan die schadelijke gevolgen kunnen hebben voor de veiligheid van het arbeidsmiddel. Als uitzonderlijke gebeurtenissen worden in ieder geval aangemerkt: natuurverschijnselen, veranderingen aan het arbeidsmiddel, ongevallen met het arbeidsmiddel en langdurige buitengebruikstelling van het arbeidsmiddel.

5. 
Keuringen worden uitgevoerd door een deskundige natuurlijke persoon, rechtspersoon of instelling.

6. 
Schriftelijke bewijsstukken van de uitgevoerde keuringen zijn op de arbeidsplaats aanwezig en worden desgevraagd getoond aan de toezichthouder.

7. 
Dit artikel is niet van toepassing op attractie- en speeltoestellen waarop het Warenwetbesluit attractie- en speeltoestellen van toepassing is.

8. Het eerste tot en met het vijfde lid zijn niet van toepassing op steigers waarop artikel 7.34 van toepassing is.

9. Het eerste tot en met derde lid zijn niet van toepassing op:
a. hijs- en hefwerktuigen en hijs- en hefgereedschappen aan boord van schepen waarop artikel 7.29 van toepassing is;
b. liften waarop het Warenwetbesluit liften van toepassing is.

10. [Dit lid is nog niet in werking getreden.]

11. Het eerste en tweede lid zijn niet van toepassing op drukapparatuur waarop artikel 12b van het Warenwetbesluit drukapparatuur van toepassing is.

12. Het derde lid is niet van toepassing op:
a. hijs- en hefgereedschap waarop artikel 7.20 van toepassing is;
b. containers waarop het Warenwetbesluit containers van toepassing is;
c. hijskranen waarop de artikelen 6d tot en met 6f van het Warenwetbesluit machines van toepassing zijn;
d. drukapparatuur waarop artikel 12c van het Warenwetbesluit drukapparatuur van toepassing is.

13. Het vierde lid is ten aanzien van wijzigingen of reparaties niet van toepassing op drukapparatuur waarop artikel 12c van het Warenwetbesluit drukapparatuur van toepassing is.

14. Het eerste tot en met het derde lid zijn niet van toepassing op hijs- en hefwerktuigen voor beroepsmatig personenvervoer waarop het Warenwetbesluit machines van toepassing is.